De weg naar Sibiu / Maria vertelt
`Treinen`
Voor mij is het woord `treinen` door de jaren heen een werkwoord geworden. Dat ene woord omvat dan een hele rits van handelingen en gevoelens: nieuwsgierigheid, nieuwe dingen zien, nieuwe ideeën opdoen, dromen, creëren, ordenen, overdenken, plannen maken, besluiten nemen, tevredenheid, blijheid, voldoening, soms rust vinden en soms nieuwe mensen ontmoeten en kennismaken!
Tijdens het tweede weekend in Boekarest ga ik `treinen`. Dit keer om de vele ervaringen van de afgelopen dagen te verwerken; om rust en ruimte in mijn hoofd te creëren! Ik ben gewapend met pen en papier en voorzien van overheerlijke en nog warme Roemeense fruit-gebakjes. Meteen Noordelijk van Boekarest rijden we door een wijds en vlak landschap; ik waan me even in Nederland! Dan zie ik kilometerslang vervallen grijze fabrieksgebouwen met immense buizen en vele leidingen. Dit soort ruïnes zie ik later vaker ... een nalatenschap van de communistische tijd? Zijn het mijnen, chemische of machinefabrieken? De gebouwen zijn allen òf half gesloopt òf maar gedeeltelijk afgebouwd!.
Na de stad Poliesti komen we in een `Zwitserlandschap` al is het natuurlijk niet zo pikobello geordend, gemaaid, geschoren en opgeruimd als in Zwitserland. Ik heb mijn stekje bij het raam gevonden. Naast mij zit een nette dame die geregeld in slaap dommelt. Soms wordt ze gewekt door haar mobieltje. Tegenover mij zit een verliefd stel (zij is Roemeens, hij Italiaans). Ze bekijken een film op de laptop, totdat hij in slaap valt en zij.... naar haar mobieltje grijpt!
Na Breaza begint de trein stapvoets te rijden. We komen in en sneeuwlandschap. Ik overwin mijn schroom en neem mijn fototoestel uit de tas en maak foto`s van de besneeuwde bergtoppen. Dan zie ik dat meerdere passagiers foto`s nemen! Buiten wordt overal gewerkt aan de spoorweg en aan de waterloop van de rivier. Een fel-oranje dixie-toilet staat onverwacht vreemd in dit mooie natuurlijke berglandschap!
Als de sneeuw verdwijnt worden de camera`s weer ingepakt. We gaan berg-af en de trein gaat sneller rijden. Tegen vier uur komen we aan op het station in Brasov. Naast ons is een `personentrein` aangekomen. Daar staan mensen gekleed in oude broeken en jassen in de deuropeningen te wachten. Ze zijn beladen met plastic zakken. Ik realiseer me dat ik tijdens deze treinreis de armoede van Roemenië even helemaal vergeten was. In mijn trein heb ik tussen de welgestelden vertoefd!
In Brasov adem ik met flinke teugen de frisse lucht in. Ik heb het gevoel dat ik in geen weken meer schone lucht heb ingeademd. Rond het station staan winkelcentra en grote flats... er zijn tweede-hands zaken en wederom een ING-bank! Het laat niets zien van de schoonheid waar Brasov om bekend staat. Ik loop snel naar het centrum. Dat is zoals verwacht: prachtig! De straten doen denken aan schilderijen van Breughel.
Verder reizend geniet ik van de rust in de trein. Het is avond, ik schrijf vlijtig aan mijn dagboek tot we tegen acht uur aankomen in Sighisoara! Het stationnetje ligt in het oude stadsdeel. Het is aardedonker en het vriest. Het geboortehuis van Vlad Dracula staat hier... brrrr. Er staan een aantal taxi`s voor het station allen met de motor aan. Wie zouden zij als klant krijgen? Er is behalve een eenzame hond en een verdwaalde puber niemand op straat! Ik krijg het even benauwd als ik geen enkele respons krijg wanneer ik op de deur van enkele hotels klop. Dan waag ik het om tegen een poort van een binnenerf te duwen. Die blijkt niet op slot te zijn, noch de achterdeur van het hotel! Enthousiast wordt ik ontvangen door een jonge man bij de receptie. Hij oefent zijn beste Engels. Er zijn niet veel gasten.
Op mijn kamer gooi ik de inhoud van mijn tas op bed, en orden alles zo zodat ik het `s ochtends systematisch kan inpakken!! Ik herhaal voor mezelf een aantal keren waar ik wàt neerleg (telefoon aan oplader links onder de tv, fototoestel aan oplader bij kapstok; spul in badkamer, spul op nachtkastje enz... ). De moeite die ik heb (door een tekort aan transmitter? Of zit ik op de foute hersenfrequentie...?) met ordenen en de angst het `s ochtends niet allemaal te kunnen overzien kost me tijd! Ik bel mijn collega`s om te melden waar ik ben zodat niemand zich zorgen over me hoeft te maken. Even vind ik het vreemd om dat te doen. Ik hoef al jaren nergens meer te melden waar ik precies ben. Tegelijkertijd realiseer ik me hoe vervelend het is dat als je eigen plannen niet helder zijn anderen graag willen weten waar je bent en wat je doet. Ik heb te doen met mijn zoon van wie ìk juist dat eis.
Als ik nog even door de straten wandel wordt ik getroffen door de schoonheid van het stadscentrum van Sighisoara. Straten en huizen zijn al versierd met kerstslingers en reuze lichtbollen. (Het is nog november!) Ik maak foto`s van wonderbaar mooie huizen die wel een half millennium oud zijn! Met de verlichte kerstbol ervoor is een lust voor het oog.
De volgende dag wordt ik al vroeg wakker... tè vroeg!! Ik maak nog wat notities, stel mijn telefoon opnieuw in en kleed me aan! Opééns is het bijna tijd, ik begin me te haasten! De tijd, de minuten ze goochelen door mijn hoofd. Ben ik te laat..? Ik check nog een aantal keren of ik alles heb ingepakt en sprint naar het station. Daar staat nog steeds hetzelfde rijtje taxi`s als gisteravond te ronken....! Ik durf geen cofriet meer te kopen. (Dè Roemeense hap voor tussendoor, het is een supergrote krakeling. Maar dan niet zoet en het lekkerste als hij nog warm is..). Ik verkies het om nog een paar minuten in de kou te wachten op de trein.
De trein is een stoptrein en vult zich vanaf elk perronnetje met winters geklede mensen. In het stadje Media stappen vijf knappe slanke zigeuners in. De vrouwen met gebloemde rokken, fel gekleurde hoofddoeken en vele laagjes vesten. De mannen zijn in het zwart met getailleerde jassen en charmante breed omrande hoeden. Ze hebben flinke mooie bijgewerkte snorren! Even later zie ik rechts een dorpje in het dal liggen. Tegen de bergwand achter de kerk liggen kleinere huisjes dan die in het dorp. Ze zijn geverfd in felle kleuren. De zigeuners wijzen, enthousiast kletsend naar hun dorp. Een gezin nestelt zich rondom me. Moeder en dochters, zo bedenk ik me, hadden voor Nederlanders kunnen doorgaan. ...Dat ze naar kachelhout ruiken voedt me met andere beelden! Ik stel me hun woonkamer met houtkachel voor in een van de kleine huizen in de dorpen. Niemand van de reizigers die instappen gaat naast de mooie zigeuners zitten.
Eìndelijk kan ik genieten van dorpse landschappen, daar verlangde ik zo naar in het grijze, grauwe Boekarest! Ik zie dorpjes met huizen die roze, geel, wit, groen of blauw geverfd zijn. Rond elk huis ligt zoveel tuin dat het wel een akker of weiland genoemd mag worden. We komen langs een paar enorme kweekkassen, volledig van plastic. Herders met schapen, rundvee onder een afdak en een kudde koeien. Het ziet er zo rustig en idyllisch uit. Hoe zou men in de dorp hier met elkaar omgaan, vraag ik me af. Hoe vergaat het gehandicapten en kinderen die in het verleden in ziekenhuizen geïnfecteerd zijn door het HIV-virus? Zouden deze dorpelingen hen ook weggestuurd hebben?
Aangekomen in Sibiu beginnen de zigeuners driftig te bellen. Even later worden ze luidruchtig en vrolijk begroet door familie. Ik zoek het stadscentrum op en passeer op een afstand van nog geen halve kilometer wel acht kerken. De RK-kerk is lekker warm. (Dat is in Nederland wel eens anders.. ) Er staat een hele rij straalkacheltjes langs de zijwanden. In de kerk is het beeld verder gelijk aan het Nederlandse: hier en daar in de banken oudere dames en een enkele heer. In de Orthodoxe kerk is het ook heerlijk warm. Op de mooie houten vloer na, is alles van binnen beschilderd met bijbelse taferelen. Er staan geen stoelen of banken en het is een komen en gaan van gelovigen! Buiten op straat hoor ik een vrouw een kind toeroepen dat hij moet voortmaken! Ze spreekt Duits! Zijn hier toeristen? In het najaar? Ik ontdek dat er verschillende toeristenbureau`s in de stad zijn en in één ervan laat ik me informeren. Sibiu is een mooi oud stadje. De stad is gesticht door Duitsers maar dat is al wel negen eeuwen geleden! De Duitsers (van oorsprong Saxen) vormen momenteel nog geen 2% van de bevolking. Toch straalt de orde, de degelijkheid en de correcte en zakelijke manier waarop mensen me benaderen iets Duits uit. Hier mis ik de behulpzaamheid en moeite die de Boekaresti zich nemen om me te helpen als ik de weg niet weet! In het centrum van de stad is kerstmarkt. Ik koop er kerstcadeautjes voor vrienden en familie.
In de trein terug naar Boekarest vind ik later op de dag, een plekje tussen Roemeense dames van middelbare leeftijd. Ze houden me nieuwsgierig in het vizier. Ik voel me daardoor opgelaten en kom moeilijk tot schrijven. Tot mijn verdriet blijkt de trein ook nog dezelfde route terug te reizen als ik ben gekomen... Ik had zo gehoopt een rondreis te kunnen maken maar blijkbaar is er geen trein die vanuit Sibiu door het berglandschap van de Karpaten Zuidwaarts naar Boekarest rijdt. Het is zondagavond en de trein is propvol. De stoelen rondom me worden nu gevuld door studenten. Die zijn druk bezig met mobieltjes, laptops, met elkaar te aaien en strelen, met kaarten of, ze spelen een soort denkspel en een gebaren- of communicatiespel. Dat jongeren hier nog in een groep spellen spelen zònder apparaten. Zouden jongeren in Nederland nog zo`n spel kennen? Ik geniet van het kijken naar de non-verbale tekens die ze elkaar tijdens het spelen geven. De laatste twee uurtjes neem ik mijn schrijfmateriaal weer op en schrijf rustig. Niemand let op mij. Heerlijk!
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}