Op het randje van de groep../ Maria`s verhaal
Mijn persoonlijk perspectief..
Mijn dagen in Boekarest worden -zo voelt het- hoofdzakelijk gevuld met activiteiten voor de kinderen en jongeren van CFL. `s Ochtends bereid ik mijn werk voor en tegen twaalven vertrek ik naar het bureau van CFL of naar het tehuis in Vidra. Hierbij houd ik mijn doel van deze uitwisseling goed voor ogen: onderzoeken of ik in de toekomst in een andere cultuur met onderwijs- of trainingsactiviteiten aan de slag kan.
In de namiddag, na het werk, wandel ik vaak nog even door de stad; dan kom ik tot mezelf. Soms ga ik inkopen doen. Of, ik zit ergens wat te schrijven of te lezen. Ik vind ook rust in de bus of de metro.
Op deze manier kom ik `s avonds ontspannen thuis. Ik eet dan mijn broodje meestal in de woonkamer, al babbelend met één of twee collega`s. Het functioneren in een groep van zes vrouwen was voor mij al voordat ik vertrok uit Nederland, heel spannend. Ik ben dan ook dik tevreden als ik na zo`n acht dagen samenzijn voor mezelf concludeer dat ik nog steeds ontspannen genoeg ben om goed te kunnen slapen. In het begin motiveren collega`s tot het open en eerlijk uiten van gevoelens, zonder een oordeel te geven. Ik ben erg gemotiveerd om dat te oefenen. Makkelijk is dat niet want de `ingebakken-standaard-reacties` zitten me in de weg...Die schieten er vaak eerder uit dan dat ik kan zeggen wat ik wezenlijk voel en wens.
De weekenden zie ik als `tijd voor mezelf`. Ik heb er behoefte aan om iets meer van het land te zien. Ik wil ook graag alleen zijn. Dat combineer ik in een twee-daagse reis. Tijdens de reis schrijf ik het grootste deel van de verslagen voor de weblog. Dàt ordenen van mijn ervaringen en gedachten doet me heel veel goeds. Ik kom dan ook na het weekend voldaan en met nieuwe energie terug op onze flat. Ik begrijp niet meteen dat ik met mijn afwezigheid mezelf `op het randje van de groep` heb geplaatst!.
Pas achteraf (en na gepraat te hebben met collega`s) begrijp ik dat ik niet alleen dat weekend een kans heb laten liggen om bij te dragen aan onze groepsmodus. In het algemeen heb ik vaak dingen gedaan in twee- of drietallen of, alleen. Was het geregeld samenzijn als groep een ongeschreven groepnorm? Waarom had ik die niet door? Waarom koos ik vaak voor de momenten alléén of in twee/drietallen? Waarschijnlijk had het volledig midden in de groep staan me heel veel energie gekost: de vele onvoorspelbare energieën; mijn doodvermoeiend eindeloos overdenken van wat er op een bepaald moment gebeurt, hoe ìk bijdraag, wat wezenlijk is en wat niet; en het voortdurend zelf duidelijkheid creëren; ik had ook `s avonds en `s nachts nog uren wakker gelegen met het verwerken van zinnen, emoties, uitdrukkingen en acties.
De gesprekken in kleine groepjes vond ik reuze! We praatten dan over onszelf, eerlijk en open. In de hele groep durfde ik mijn persoonlijk verhaal niet meer altijd kwijt! Ook bleef ik na de clash toch op een zeker manier op mijn hoede. (Na 52 jaar behoedzaamheid en ook vallen, heb ik nu een extra dosis moed nodig om verder te oefenen met een nieuwe aanpak.)
Ik ben blij met de ervaring die ik heb mogen opdoen. Dankzij mijn werk met de cliënten van CFL weet ik nu weer dat het doceren en begeleiden me prima bevalt! Ook dat ik nog steeds van alle kanten kriebel als ik zie hoe gelukkig iemand kan zijn wanneer hij / zij iets leert! Ik ben verrast door mijn onverwachte leerervaring binnen de groep en het moedigt me aan om met meer zelfvertrouwen met een groep `op stap te gaan`.
Collega`s, Ramona en `CFL-mensen`: dank jullie voor jullie bijdrage aan mijn `leerkansen`; met name voor jullie leergierigheid, voor de open- en eerlijkheid in twee-gesprekken; en voor hulp bij mijn eerste moeilijke sprong over een `eeuwenoude valkuil`.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}